Toon Tellegen, Het wezen van de olifant

HofreisDe dierenverhalen van Toon Tellegen (1941-) zijn ongeëvenaard. Toon Tellegen neemt ons in zijn boeken mee in de wonderlijke denk en leefwereld van de dieren in het bos. We ontmoeten de mol en de aardworm die moddertaart eten en elkaar verhalen vertellen waar geen lichtpuntje in voorkwam. De kikker die iets ingetogens kwaakt en de kakkerlak die alles wil zijn, maar niet de kakkerlak. De hoofdpersoon van dit boek is de olifant. De olifant heeft de onbedwingbare neiging om in bomen te klimmen en de verte te zien. Maar als hij de verte ziet een pirouette maakt bovenin de boom valt hij altijd naar beneden. Hij breekt zijn ribben, zit vol builen en ligt jammerend onderaan de boom. Telkens neemt hij zich voor nooit meer te klimmen, maar telkens moet hij toch weer klimmen. Hij blijft het onbereikbare nastreven, terwijl de andere dieren hem vol mededogen gadeslaan. De eekhoorn, de mier, de tor, de potvis, de krekel en nog velen anderen denken na over wat ze zouden doen als zij de olifant zijn. Toon Tellegen toont zich ook in dit boek als een taalkunstenaar die onverwachte vragen weet te stellen en schitterende dialogen neerzet. De vraag die overblijft: waar gaat het boek eigenlijk over? Over onvervuld verlangen? Over de vergeefse drang naar geluk? Over doorzettingsvermogen? Over verslaving? Over identiteit? Misschien wel over alles tegelijk!

“Hij schraapte zijn keel en klom omhoog, bereikte de top, keek om zich heen, zag de verte, riep: “De verte! Ik zie de verte!” Maakte een danspas van geluk en vervolgens, op één been, een pirouette, struikelde, viel, riep “Hola!” en kwam met een harde klap op de grond terecht.”

Andere boeken van Tellegen zijn de genezing van de krekel en het vertrek van de mier.