Aurelius Augustinus, De belijdenissen

Augustinus, belijdenissenDe belijdenissen van Aurelius Augustinus (354-430) vormt een hoogtepunt uit de christelijke literatuur. Augustinus schrijft in grote openheid over de eerste veertig jaar van zijn leven. Hij beschrijft zijn spirituele zoektocht die hem met veel omwegen uiteindelijk aan de voeten van Christus brengt. Hij doet in de uniek stijl van een persoonlijk gebed tot God. Met bewogenheid en inzicht bespreekt Augustinus de grote thema’s van het bestaan, van God en van het geloof. Op de eerste bladzijde vinden we de bekende woorden: ‘onrustig is ons hart, o God, totdat het rust vindt in u.’

Augustinus werd geboren in Thagaste in het jaar 354. Zijn moeder was een vrome christin. In zijn jeugd leefde hij een zondig leven, maar was tegelijk een zoeker. Een zoeker op zoek naar het ware geluk. Zijn zoektocht bracht hem bij de manicheeën, waar hij zich na tien jaar teleurgesteld van afkeerde. Het is uiteindelijk in Milaan onder bisschop Ambrosius, dat hij meer waardering krijgt voor het christelijk geloof. De grote omkeer vindt plaats in de tuin van Cassiciacum, een landgoed vlakbij Milaan. In de belijdenissen schrijft hij hoe hij in geestelijke nood de tuin inloopt. Als hij ergens gaat zitten hoort hij kinderstemmen zingen: ‘tolle lege’, ‘neem en lees’. Hij opent het Bijbelboek Romeinen en leest Rom. 13:13-14: Laat ons, als in den dag, eerlijk wandelen; niet in brasserijen en dronkenschappen, niet in slaapkameren en ontuchtigheden, niet in twist en nijdigheid; Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden.‘ Dit is voor hem de omkeer en niet lang daarna wordt hij gedoopt. Later wordt hij tot bisschop van Hippo Regius gewijd. Hij schrijft vele boeken, zijn bekendste werken zijn De belijdenissen en De Stad Gods. In het jaar 430 overlijdt hij.

In de belijdenissen combineert Augustinus een autobiografisch verslag van zijn geestelijke zoektocht met diepgaande theologische beschouwingen. Een voorbeeld hiervan is zijn diepe inzicht over gebedsverhoring. Jarenlang bad moeder Monica om de bekering van Augustinus. Zoveel dat een priester tegen haar zei: ‘een zoon van zoveel tranen kan niet verloren gaan’. Wanneer Augustinus vanuit Noord-Afrika naar Milaan wil vertrekken, dan bidt zijn moeder vurig of God zijn reisplannen wil verhinderen. Dit laatste gebed wordt door God niet verhoord en Augustinus vertrok naar Europa. Daar komt hij tot geloof. Augustinus bidt dan tot God: ‘Heer, dit ene gebed hebt u niet verhoord, opdat u haar andere grotere gebed zou verhoren’.