Desiderius Erasmus, Lof der zotheid

Erasmus, lof der zotheidLof der zotheid is het bekendste werk van de filosoof en humanist Desiderius Erasmus (1469?-1536). Hij neemt in deze vlijmscherpe satire de politieke en geestelijke machthebbers op de hak en spot met de gebruiken en levenswijze van monniken en andere geestelijken. Dit allemaal bij monde van de dwaasheid (Moria). De dwaasheid vertelt hoeveel men eigenlijk aan haar te danken heeft. Erasmus bekritiseerd spitsvondige theologen, leeghoofdige monniken en inhalige bisschoppen. Kardinalen, die als opvolgers van de apostelen toch somber zouden moeten leven, leven in grote luxe.  Zelfs de paus wordt aangeklaagd. Erasmus laat zien hoeveel het leven van deze kerkelijke elite verschilt van het leven van de apostelen en dat van Christus. We zien in dit werk hoe Erasmus zijn ogen niet had gesloten voor de misstanden binnen zijn kerk. Hoewel hij de Rooms Katholieke Kerk nooit heeft verlaten, pleitte hij wel voor hervormingen en een terugkeer naar de kern van het christendom.

De satire was geschreven in 1509 voor zijn vriend Thomas Moore (de auteur van Utopia) en eigenlijk niet voor publicatie bestemd. Al snel werd het geschrift op grote schaal gekopieerd en verspreid, waardoor Erasmus het in 1511 zelf in Parijs liet drukken. Tijdens zijn leven volgde nog 45 herdrukken en een groot aantal herzieningen en uitbreidingen. In het onderstaande citaat uit hij kritiek op spitsvondige theologische discussies.

Die apostelen vierden wel op vrome wijze het avondmaal, maar je had ze niet moeten vragen tussen welke tijdstippen de transsubstantiatie zich voltrekt; hoe hetzelfde lichaam tegelijkertijd op verschillende plaatsen kan zijn; het verschil tussen Christus’ lichaam zoals het aan het kruis was en zoals het bij het sacrament van het avondmaal is; op welke moment de transsubstantiatie plaatsvindt, daar immers de formule die haar tot stand brengt een eenheid is die echter in tijd uiteenvalt –dan hadden ze, dunkt me, niet zo’n scherpzinnig antwoord gegeven als de aanhangers van Scotus wanneer die hierover discussiëren en definities geven. De apostelen kenden Jezus’ Moeder; maar wie onder hen heeft zo filosofisch aangetoond hoe zij behoed was voor de erfzonde als onze theologen!

Klik hier voor een pdf-versie van een Nederlandse vertaling.