George Orwell, 1984

Orwell, 1984Big Brother is watching you!‘ Overal waar je gaat of staat wordt je in de gaten gehouden door de almachtige, maar nooit geziene leider, Big Brother. Elk moment van de dag is zijn stem te horen, er is niet aan te ontsnappen. De partij bepaald wat waarheid is. De partij bepaald wat iedereen mag denken. De partij heeft volledig zeggenschap over het leven van alle mensen. Dat is het leven in het jaar 1984 in de totalitaire staat Oceanië. Het boek van George Orwell (1903-1950), geschreven in 19348, is een politieke satire over het leven in een totalitair regime. Wat gebeurt er als een overheid alle macht heeft en kan beslissen over waarheid en leugen? Wat gebeurt er als een overheid totale greep krijgt op het leven en de geest van mensen?  In een tijd waarin privacy steeds schaarser wordt en de digitale wereld steeds meer ons leven gaat beheersen, is dit boek verrassend actueel. Het beeld dat Orwell schrijft is afschrikwekkend. Het is vooral een oproep om het nooit zover te laten komen.

De hoofdpersoon van het boek is Winston. Hij werkt op het ministerie van waarheid en heeft als taak om krantenarchieven te wijzigen. Het ministerie van waarheid heeft drie leuzen op de gevel: oorlog is vrede, vrijheid is slavernij en onwetendheid is kracht. Het zijn de drie leuzen van de partij. Naast het ministerie van waarheid, dat zich bezighoudt met geschiedvervalsing zijn er nog drie ministeries. Het ministerie van Vrede, dat zich bezighoudt met oorlogvoering, het ministerie van Liefde, dat de rust en orde handhaaft en het ministerie van Welvaart, dat verantwoordelijk is voor de economie, en de rantsoenen met enige regelmaat verlaagt. We volgen Winston die er alles aan doet om te ontsnappen aan het keurslijf van het saaie en kleurloze bestaan waarin de partij iedereen dwingt. Dit lijkt te lukken, totdat de Gedachtenpolitie ingrijpt. Winston wordt gemarteld en moet leren dat het niet gaat om waarheid maar om macht. Twee plus twee is alleen maar vier wanneer de partij dat wil. Uiteindelijk wordt zijn geest gebroken en heeft hij Big Brother lief.

“Hij haalde een vijfentwintigcentstuk uit zijn zak. (…) Zelfs vanaf de munt volgden de ogen je. Op geld, op postzegels, op boekomslagen, op vaandels, op posters en op sigarettenpakjes – overal. Altijd sloegen die ogen je gade en altijd hield de stem je in haar greep. Of je nu sliep of wakker was, werkte of at, binnenshuis of buiten, in het bad of in bed – geen ontkomen aan. Niets was van jezelf, afgezien van die paar kubieke centimeters binnen in je schedel.”