Maarten Luther, de vrijheid van een christen

Luther, vrijheid van een christenMaarten Luther (1483-1546), zijn naam is bij iedereen bekend. Hij staat in het centrum van de grootste kerkelijke omwenteling uit de geschiedenis van de westerse kerk: de Reformatie. In 1520 schreef hij een tweetal traktaten: De vrijheid van een christen en De Babylonische gevangenschap van de kerk. Het tweede traktaat is een kritische evaluatie van de sacramentsleer. Van de zeven sacramenten zijn er slechts twee die de toets der kritiek kunnen doorstaan. Met zijn kritiek raakte hij de Rooms Katholieke Kerk in het hart. Het eerste traktaat de vrijheid van een christen bevat de kern van zijn leer over de rechtvaardiging door het geloof. Het is een uiterst krachtig en kernachtig traktaat, wat niet ongelezen mag blijven.

De kern van het traktaat bestaat uit twee stellingen:

  1. Een christen is een zeer vrije heer over alle dingen, aan niemand onderworpen.
  2. Een christen is een zeer dienstvaardige knecht van allen, onderworpen aan allen.

Deze schijnbaar tegenstrijdige stellingen worden in het vervolg uitgewerkt. Ten eerste stelt hij dat niemand (ook de kerk niet) over de gelovige mag heersen. Luther legde de nadruk op het belang van persoonlijk geloof. Elk mens is persoonlijk verantwoording schuldig tegenover God en moet ook persoonlijk geloven om deel te hebben aan het heil.De boodschap dat iedereen gelijk is was revolutionair in de standenmaatschappij, van adel en geestelijkheid, vrijen en lijfeigenen. Deze gedachte had niet alleen theologische maar ook maatschappelijk gevolgen. Werkelijke vrijheid is niet te vinden in het doen van goede werken en wordt niet geschonken door de kerk, maar ontvangt elk mens alleen door het geloof in Christus. Het geloof richt zich niet op eigen prestaties, maar op de beloften van God.

Wie zo door het geloof alleen gerechtvaardigd is, krijgt daarmee niet de vrijheid om te zondigen. Hier komt de tweede stelling aan de orde. Juist vanuit het geloof is de mens ook gehouden goede werken te doen. Goede werken doet men niet om er wat mee te verdienen, maar ze zijn  nodig om het vlees aan de geest te onderwerpen. De goede werken moeten uit vrije wil gedaan worden. ‘Goede werken maken niet een goede man, maar een goede man doet goede werken.’ Luther eindigt zijn traktaat met het gebed of God Zelf de wijsheid wil geven om in deze vrijheid en onderworpenheid te leven. ‘Want indien Hijzelf niet deze wijsheid, als een mysterie, in het verborgene binnen in ons hart leert, dan kan onze natuur niets anders doen dan haar veroordelen.’

Klik hier (.pdf) om De vrijheid van een christen  en De Babylonische gevangenschap van de kerk te downloaden.