Aurelius Augustinus, De stad Gods

Augustinus, de stad GodsAurelius Augustinus (354-430) kan met recht beschouwd worden als de grootste theoloog ooit. De stad Gods is zijn magnum opus en daarmee één van de grootste en meest invloedrijke boeken uit de kerkgeschiedenis. Hij schreef het boekt tussen 413 en 425, toen hij bisschop van Hippo Regius was. Het boek ontstond als reactie op de plundering van Rome in 410. In de eerste vijf boeken gaat hij in op de beschuldiging dat het verlaten van de Romeinse afgodendienst en het aanhangen van de christelijke Godsdienst de reden is van de val van Rome. In de tweede vijf boeken keert hij zich tegen het offeren aan de afgoden. In de boeken 11 tot 22 zet hij de stad van God en de stad van de wereld tegenover elkaar. Hij beschrijft hun ontstaan, ontwikkeling en toekomst. Met name deze boeken zijn interessant. Augustinus beschrijft de geschiedenis als een strijd tussen de wereldse en de hemelse stad, tussen goed en kwaad. In heel deze geschiedenis is God sturend aanwezig. Hij ontwikkelt de gedachte dat de geschiedenis lineair is en een doel heeft. De wereldse stad zal uit eindelijk vergaan, maar de stad van God zal voor eeuwig blijven bestaan. Elk mens is burger van de ene of de andere stad. De stad van God is van grote invloed geweest op de Europese geschiedenis, cultuur, theologie, filosofie en politiek.

Hoofdstructuur van De stad Gods (overgenomen uit: J. Van Oort, Jerusalem and Babylon: A Study into Augustine’s City of God and the sources of his doctrine of the Two Cities, E.J. Brill, Leiden, 67-77):

apologetische of verdedigende deel(boeken 1−10):

  1. tegen hen die zeggen dat de goden vereerd moeten worden voor dit tijdelijke leven (boeken 1−5)
  2. tegen hen die zeggen dat de goden vereerd moeten worden voor het toekomstige leven (boeken 6−10).

 thetische of uiteenzettende deel(boeken 11−22):

  1. de oorsprong van de twee steden (boeken 11−14):
  • in de engelenwereld (boeken 11−12,9)
  • in de eerste mensen(boeken 12,10−12,28)
  • de val van de mens en zijn straf: de dood (boek 13)
  • verdere gevolgen van de zondeval (boek 14).
  1. de geschiedenis van de beide steden (boeken 15−18):
  • tot de zondvloed (boek 15)
  • de stad van God, Noach tot David (boek 16)
  • de stad van God, David tot de Babylonische ballingschap (boek 17)
  • de beide steden, Abraham tot aan het einde van de wereld (boek 18).
  1. de bestemming van de beide steden (boeken 19−22):
  • het hoogste goed en de grootste ellende (boek 19)
  • het laatste oordeel (boek 20)
  • de eeuwige straffen (boek 21)
  • de eeuwige gelukzaligheid (boek 22).

 

Klik hier voor een Engelstalig versie van De stad Gods.