Groen van Prinsterer, Ongeloof en revolutie

Groen, ongeloof en revolutieOngeloof en revolutie verscheen voor het eerst in 1847, aan de vooravond van het revolutiejaar 1848. Vanuit Bijbels perspectief analyseert  Groen van Prinsterer (1801-1876) de ontwikkelingen van zijn tijd, met name de Franse verlichting en het opkomende liberalisme. Zijn kritiek is niet mals. De maatschappelijk wanorde die er heerst heeft een geestelijke oorzaak. Het ongeloof heeft bezit genomen van het hart van de mens en regeert in het denken. Daardoor is alles in beweging gekomen. Staat, kerk, gezin, politiek en wetenschap zijn uit het lood geslagen. Men zoekt niet langer naar waarheid, maar streeft slechts tijdelijk belang en zinnelijk genot na. Elke theorie zonder God is een theorie van ongeloof en zal nooit de gouden bergen brengen die het belooft. De revolutie is ten diepste ongeloof.  Groen vraagt zich af wat de gevolgen van de soevereiniteit van de rede zal zijn, vooral als ze daarbij de openbaring ontkent. Wat zal dan gebeuren als de mens niet bereid is of in staat is om zich tot God te bekeren? Op profetische wijze ontmaskerd Groen in dit boek het liberalisme. In een maatschappij waarin het liberalisme steeds meer het onbetwiste uitgangspunt klinkt hier een helder tegengeluid. Tegenover de revolutie plaats Groen de principes van het Evangelie en een christelijk-historische visie op de geschiedenis. Tegen de revolutie het evangelie!

“Allereerst door zich zo veel mogelijk te ontdoen van de gedachte aan alles wat goddelijk is. Men is afgemat door de eindeloze en vruchteloze strijd van meningen en stelsels en is evenmin overtuigd door het scepticisme als door atheïstische drogredenen. Hierdoor zoekt de mens niet langer naar waarheid. De uitroep ‘wat is waarheid?’ was vroeger nog wel eens de leus van de weetgierigheid of de noodkreet van het beangstigend geweten. Nu wordt zij de taal van luie weerzin. Evenmin ingenomen met de dwaling als vijandig aan de waarheid, wordt men onverschillig tegenover beide. Men stelt beide gelijk en streeft tijdelijk belang en zinnelijk genot na. Men is verdraagzaam tegenover alles wat het streven naar aardse goederen en aardse vrede niet in de weg staat. De tijd van de geestdrift voor het ongeloof is voorbij. Er is geen enkele belangstelling meer voor enig geestelijk beginsel.”

Klik hier voor een digitale editie van Ongeloof en revolutie. In de serie Klassiek Licht, uitgegeven door het Nederlands Dagblad is een hertaalde editie verschenen.