Johannes Calvijn, Institutie

Calvijn, Institutie2De naam van Johannes Calvijn (1509-1564) is voor altijd verbonden met de Institutie. Een werk dat voor sommigen als het hoogtepunt van Bijbelgetrouwe dogmatiek wordt gezien en door anderen als een dieptepunt van star en rigide denken. Met name dat laatste imago kleeft nog steeds aan de naam Calvijn. Wie de Institutie zelf ter hand neemt ontmoet Calvijn vooral als een groot denker met een enorme kennis van de Schrift. De Institutie behoort tot de bekendste werken uit de Reformatie. De eerste editie kwam uit in 1536, de laatste in 1559. Het boek is van enkele hoofdstukken uitgegroeid tot vier delen, waarin de hoofdzaken uit de geloofsleer op ordelijke wijze besproken worden. Ondanks het negatieve imago is het zeker geen onpersoonlijke en rigide dogmatiek. De Institutie wil vooral een hulpmiddel zijn bij het Bijbellezen. Calvijn was ervan overtuigd dat we in die Bijbel de Levende God ontmoeten, die zondaren zaligmaakt. Kennis van God en kennis van onszelf, daar is het Calvijn om te doen. In de vertaling van dr. De Niet is het werk ook voor vandaag zeer toegankelijk.

 

 

Calvijn werd geboren op 10 juli 1509 in Noyon in Frankrijk, een stadje iets meer dan 100 kilometer boven Parijs. In tegenstelling tot Luther schrijft hij eigenlijk maar heel weinig over zichzelf. Één van de grote uitzonderingen is de voorrede op zijn commentaar op de Psalmen uit 1557. Deze voorrede zou eigenlijk verplichtte kost moeten zijn als introductie op de persoon van Calvijn. Behalve over de eerste editie van de Institutie schrijft hij daarin ook over zijn bekering. Wanneer dit moment geweest is weten we niet precies. In ieder geval moet hij in 1533 uit Parijs vluchten vanwege zijn reformatorische opvattingen. Vanaf die tijd is Calvijn eigenlijk een vluchteling en zo is hij zich ook altijd blijven beschouwen. Weggejaagd uit zijn vaderland vanwege zijn strijd om de Waarheid, ontheemd in deze wereld, maar op weg naar het betere Vaderland dat wacht. Zijn vlucht uit Frankrijk is ook de aanleiding tot het schrijven van eerste editie van de Institutie, die in 1536 in Basel werd uitgegeven. Het is dan bedoeld als apologetisch verdedigingsgeschrift tegenover de Franse overheid. De volgende editie wordt gepubliceerd in 1539, Calvijn is dan in Straatsburg. We zien dat het doel waarvoor hij de Institutie schrijft verschuift. Hij noemt de Institutie dan een ‘geplaveide weg’ (strata via) naar de Heilige Schriften. De doelgroep is nu de studenten in de theologie. Hij wil de studenten met dit werk een gemakkelijke toegang tot het lezen van de Heilige Schrift bieden. Hij bedoelde het als hulpmiddel bij de Bijbeluitleg om zo te voorkomen dat hij zijn uitleg moet onderbreken met dogmatische uitwijdingen. Na de editie van 1536 komen er nog enkele andere edities (1543, 1550). Telkens breiden de onderwerpen uit, meestal als gevolg van de debatten die hij had. De structuur uit 1536 raakt langzamerhand steeds meer uit het lood. De grote verbouwing volgt dan ook in de editie van 1559. Werkelijk elk hoofdstuk wordt van zijn plaats gehaald en opnieuw ingevoegd. Om alle losse stukken goed aan elkaar te plakken, schrijft hij enkele nieuwe hoofdstukken en paragrafen. Ook voegt hij veel ‘nieuw’ materiaal toe. In de nieuwe indeling bestaat de Institutie uit vier boeken. Boek één gaat over de kennis van God de Schepper, boek twee over de kennis van God de Verlosser, boek drie over de wijze waarop we deel krijgen aan de genade van Christus en welke vruchten hieruit voorkomen, en boek vier handelt ten slotte over de uiterlijke hulpmiddelen waarmee God ons tot de gemeenschap met Christus nodigt en ons in deze gemeenschap houdt. Het werk van de drie Goddelijke Personen vormt hiermee de grondstructuur van deze laatste editie. De editie van 1559 is de laatste editie. In 1561 verschijnt de Franse vertaling. Calvijn sterft op 17 mei 1564.